Gedachten bij Exodus 7: 8-25
In Trouw van afgelopen vrijdag stond een artikel over hoe mensen mogelijk omgaan met thuis blijven. Terwijl de één druk aan het hamsteren is geweest, is een ander druk voor anderen in de weer. Een volgende durft niet meer naar buiten terwijl een vierde het gevoel heeft dat het om een ‘gewoon griepje’ gaat. Anderen kijken de hele tijd het nieuws terwijl bij de buren het huis te klein is met zoveel mensen te dicht op elkaars lip. Of men heeft een kop vol zorgen nu het familierestaurant gesloten is. Iedereen gaat op een eigen manier met de situatie om.
Dat doet denken aan de tekst uit Exodus. Helemaal aan het begin van Exodus hebben we gelezen hoe vrouwen rond Mozes ervoor zorgden dat hij geboren kon worden, opgroeien en een toekomst in de woestijn kon opbouwen. Vervolgens sprak God tot Mozes in de brandende braamstruik. En nu heeft Mozes de opdracht om met zijn broer Aäron naar de farao te gaan om te vragen of het volk in de woestijn God mag aanbidden. Al eerder waren ze met dezelfde vraag bij de farao geweest. De farao had geweigerd. Sterker nog, hij liet het volk alleen maar harder werken. Ze moesten nu ook zelf het stro verzamelen om stenen van te bakken. En toch worden Mozes en Aäron weer op pad gestuurd naar de farao. De farao weigert om op het verzoek van Mozes en Aäron in te gaan.
En het water verandert in bloed.
De eerste plaag, de eerste slag. De farao is niet onder de indruk en wil niet luisteren. Zijn mensen kunnen dit ook, water in bloed veranderen. Ondanks de plaag blijft de farao bij zijn standpunt: het volk mag niet gaan. Niets kan hem anders laten denken of kijken. Hij zet zichzelf vast.
Hoe gaan wij om met wat op ons pad is gekomen? Raken we verlamd en kunnen we alleen onmogelijkheden zien? Je kunt niet meer bij iemand langs. Juist de mensen die je het meest dierbaar zijn en in een verpleeghuis zitten, kun je niet bezoeken. Je mag niet gaan. Of ontspringt er creativiteit in je waardoor je (kleine) mogelijkheden ziet en anders met de situatie om kan gaan. Ik kan wel niet bij iemand langs, maar ik kan wel bellen. Ik kan de ander niet bezoeken maar wel een kaartje sturen. Of, zoals de koning zegt: het coronavirus kunnen we niet stoppen, het eenzaamheidsvirus wel.
Laat ons kijken tot wat voor creativiteit we in staat zijn.
Ds Bernadette de Groot

Gebed
Goede God,
We komen tot u
Graag zouden we in actie willen komen
Dingen doen
Mensen helpen
Ondersteunen
Maar we moeten juist zoveel mogelijk bij anderen vandaan blijven
Wat we wel kunnen doen is bidden
Hoor daarom ons gebed
Vanwege hen die ons dierbaar zijn
Laat hen ervaren dat we aan ze denken
Vanwege hen die alleen zijn
Dat zij niet in eenzaamheid vervallen
Vanwege hen die samen zijn
Dat in een klein huis een conflict niet ontaardt
Geef ons de moed, de kracht en creativiteit om hier het beste van te maken
Wij danken u voor hen die hierin een voorbeeld voor ons zijn
In Jezus’ naam
Amen